Dakgoot
Aluminium dakgoot: het alternatief voor zink?
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Een aluminium dakgoot wordt vaak ter plaatse uit een rol gevormd, waardoor er over de volle gevellengte geen enkele naad in zit. Dat is het grote voordeel ten opzichte van zink, dat om de paar meter een soldeernaad heeft. Aluminium roest niet en weegt ongeveer een derde van zink.
Hoe een naadloze goot ter plaatse ontstaat
Een monteur rijdt voor met een rolvormmachine op een aanhanger. Daar gaat een vlakke aluminium band in, die door een reeks rollen wordt geduwd en er als een kant-en-klaar gootprofiel uit komt, op de exacte lengte van jouw gevel. Er zit dan geen enkele verbinding in het rechte deel, en juist die verbindingen zijn bij zink en kunststof de plek waar lekkage begint. Alleen bij hoeken en bij de uitloop komen nog aansluitstukken, en die worden geklonken en met een blijvend elastische kit op butylbasis afgedicht. De band is doorgaans voorzien van een gemoffelde lak in een kleur naar keuze, aan de binnenzijde met een beschermlaag. Omdat er geen vlam aan te pas komt, is er geen brandgevaar bij een houten boeiboord en geen wachttijd voor afkoelen.
Aluminium naast zink en kunststof
Zink vormt in de eerste jaren een beschermende patinalaag en haalt op een goed geventileerde plek dertig tot vijftig jaar. Het nadeel zijn de soldeernaden en de gevoeligheid voor contact met andere metalen. Aluminium vormt direct een dunne oxidehuid die het metaal beschermt en die zichzelf herstelt bij een kras. Het weegt weinig, wat de bevestiging ontlast en het werken op hoogte vergemakkelijkt. Kunststof is de voordeligste optie en de kortste keuze: het zet flink uit, verkleurt onder ultraviolet licht en wordt bros, waardoor de rubbers in de koppelingen na vijftien jaar aan vervanging toe zijn. Voor een garage of tuinhuis volstaat kunststof prima. Voor een woninggevel die je twintig jaar niet wilt aanraken, houd je aluminium en zink over.
Uitzetting en de reden dat de eindstukken bewegen
Aluminium zet bij warmte ongeveer een kwart millimeter per meter per tien graden temperatuurverschil uit. Over een goot van twaalf meter betekent dat tussen een vriesnacht en een hete zomerdag ruim een centimeter lengteverschil. In een naadloze goot moet die beweging ergens heen, en dat is precies waarom de eindstukken en de hoeken niet star mogen zitten. Een goede monteur laat de goot in de beugels glijden en fixeert hem op één punt, meestal bij de uitloop, zodat de uitzetting naar de uiteinden loopt. Zet iemand de goot op meerdere punten vast met schroeven door het profiel, dan bouwt de spanning zich op tot het materiaal bij een boorgat scheurt. Vraag daarom hoe de goot wordt bevestigd en of er een vast punt is aangewezen.
Hoe een aluminium goot wordt afgerekend
De goot gaat per strekkende meter, en in die eenheid zitten het profiel, de beugels en het monteren. Wat er los bij hoort, is per stuk: elke binnen- of buitenhoek, elk eindschot, elke uitloop en elke aansluiting op een bestaande regenpijp. Ook het demonteren en afvoeren van de oude goot staat apart, en de toegang tot de gevel is de post die het meest varieert. Omdat de machine ter plaatse moet staan, hoort er een vraag bij die je bij zink niet hebt: is er ruimte voor de aanhanger in de straat, en zo nee, hoe wordt het profiel dan aangevoerd. Vraag daarnaast naar de dikte van het materiaal in millimeters en naar de kleurcode van de lak, zodat een latere reparatie of uitbreiding kleurvast aansluit.
Het metaal dat je er nooit tegenaan zet
De fout die aluminium goten sloopt is contact met een ander metaal in aanwezigheid van water. Zit er een koperen leiding, een koperen dakbedekking of zelfs een verzinkte schroef met een koperhoudende laag tegen het aluminium aan, dan ontstaat er een galvanisch element: het onedelere metaal, in dit geval het aluminium, lost langzaam op. Bij een koperen dakvlak dat op de goot afwatert gaat dat zelfs zonder direct contact, omdat het afstromende water kopersporen meevoert. Het resultaat is een goot die op willekeurige plekken in de bak gaatjes krijgt, soms al binnen tien jaar. Ook nat cement en kalk uit vers metselwerk zijn schadelijk, want die zijn sterk basisch en tasten de oxidehuid aan. Meld daarom altijd welke materialen er boven de goot liggen voordat je aluminium kiest.
Veelgestelde vragen
Kun je een aluminium goot repareren?
Beperkt. Solderen gaat niet, want de oxidehuid laat soldeer niet hechten en de smelttemperaturen liggen te dicht bij elkaar. Kleine gaatjes dicht je met een aluminium reparatieplaatje op butylband of met een polyurethaanpasta die voor metaal geschikt is. Bij een grotere beschadiging wordt het betreffende gootdeel vervangen, en omdat het profiel naadloos is gerold betekent dat meestal de hele lengte tussen twee hoeken.
Verkleurt de lak van een aluminium goot?
Een gemoffelde poederlak houdt zijn kleur lang vast, maar op het zuiden verliest hij in de loop van decennia glans en trekt een donkere tint iets weg. Dat is cosmetisch; de bescherming van het metaal zit in de oxidehuid en niet in de lak. Wil je het bijwerken, dan kan de goot worden overgeschilderd met een verf voor aluminium, na ontvetten en licht opruwen.
Is een aluminium goot geschikt voor een monument?
Meestal niet in het zicht. Bij monumenten en in beschermd stadsgezicht kijkt de erfgoedafdeling naar het historische beeld, en dat betekent doorgaans zink of koper in een profiel dat bij het pand past. Aan de achterzijde of op een bijgebouw is de beoordeling soepeler. Informeer bij de gemeente voordat je een monteur laat inmeten, want een afwijkende uitvoering achteraf vervangen is kostbaar.