Dakgoot
Dakgoot bevestigen aan golfplaat: waar je op moet letten
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Een dakgoot bevestigen aan golfplaat doe je niet aan de plaat maar aan de houten gording of muurplaat eronder, met beugels die onder de plaat door naar buiten steken. Golfplaat verdraagt geen puntlast en scheurt vanaf een boorgat. De onderste plaatrand hoort een paar centimeter in de bak te steken.
Waarom de plaat zelf geen bevestiging verdraagt
Golfplaat is dun en ontleent zijn stijfheid volledig aan de golfvorm, niet aan de dikte van het materiaal. Zodra je er een gat in boort, onderbreek je die vorm plaatselijk en ontstaat er een punt waar spanning zich verzamelt. Een goot vol water met bladresten weegt tientallen kilo's per meter en beweegt bovendien mee met de wind. Die trekkende beweging op een boorgat in vezelcement of dunne staalplaat levert binnen enkele jaren een scheur op die vanaf het gat schuin door de golf loopt. Bij vezelcement komt daar bij dat het materiaal broos wordt naarmate het ouder is. Daarom hoort de last van een goot altijd naar het houtwerk eronder, waar een beugel met twee schroeven een verdeelde kracht kan afgeven.
Beugels op de gording, en hoe dat eruitziet
De gangbare oplossing is een lange gootbeugel die je op de bovenzijde van de gording of de muurplaat schroeft, onder de golfplaat door laat lopen en aan de buitenzijde omhoog laat buigen om de goot te dragen. Hang die beugels op ongeveer zestig tot tachtig centimeter afstand van elkaar, en dichter bij elkaar in de buurt van een uitloop of een hoek waar meer gewicht komt. Elke beugel wordt afzonderlijk op hoogte gebogen zodat de goot afschot krijgt van ongeveer twee tot drie millimeter per meter richting de afvoer. Werk daarvoor met een strakke lijn tussen het hoogste en het laagste punt in plaats van beugel voor beugel te schatten. Gebruik verzinkt of roestvast materiaal, want een stalen beugel onder een vochtige plaatrand roest binnen enkele jaren door.
Golfplaat van voor 1994 en de asbestvraag
Golfplaten van vezelcement die voor 1994 zijn geplaatst, bevatten in veel gevallen asbest. Zolang de plaat heel is en met rust wordt gelaten, is dat geen acuut probleem, maar boren, zagen of breken maakt vezels vrij en dat is precies wat er gebeurt als je een goot gaat monteren. Ga niet zelf aan zo'n plaat werken. Laat het materiaal eerst vaststellen door een gecertificeerd inventarisatiebureau; een monster van een paar vierkante centimeter is genoeg voor een uitslag. Blijkt er asbest in te zitten, dan gaat verwijdering via een gecertificeerd saneringsbedrijf en meldt dat bedrijf het werk bij de gemeente. Veel gemeenten hebben daarnaast een eigen loket voor particuliere sanering. Het scheelt in de praktijk vaak weinig om dan meteen het hele dak te vervangen.
Materiaalkeuze en hoe het werk wordt gerekend
Aan een golfplaatdak hangt vrijwel altijd een kunststof of gecoate stalen bakgoot, omdat die licht is en met klemkoppelingen in elkaar gaat. Zink kan ook, maar dan hoort er soldeerwerk bij en dat is bij een schuur of stal zelden de moeite. Gootmontage wordt per strekkende meter gerekend, met de beugels en de uitloop daarin verwerkt, terwijl het afvoeren van de oude goot als aparte regel hoort. Vraag of de hemelwaterafvoer en de aansluiting op de put of de grond zijn meegenomen, want bij bijgebouwen loopt die afvoer vaak nergens naartoe en eindigt hij in een plas tegen de fundering. Op een bijgebouw met één bouwlaag heeft een dakdekker geen steiger nodig, wat de rekening merkbaar bescheidener maakt dan bij een woning.
De goot die te ver van de plaatrand hangt
De klassieke misser is een goot die netjes waterpas onder de dakrand hangt maar te ver naar buiten. Bij een gewone bui gaat dat goed. Bij een stortbui schiet het water met snelheid van de gladde golfplaat af, beschrijft een boog en komt achter de goot terecht, direct op de gevel of tegen de gording. Je ziet dan een natte streep op de muur terwijl de goot zelf droog lijkt. De regel is dat de onderrand van de plaat een paar centimeter over de binnenrand van de bak steekt en dat de buitenrand van de goot niet hoger komt dan het denkbeeldige verlengde van het dakvlak. Bij een flauw hellend golfplaatdak mag de goot daarom dichter tegen de gevel dan bij een steil pannendak.
Veelgestelde vragen
Kan ik dit zelf doen?
Bij een schuur of carport van één bouwlaag met een moderne plaat is dit een klus voor het weekend, mits je zeker weet dat er geen asbest in zit. Het lastigste is niet de montage maar het strak uitzetten van het afschot. Werk met een gespannen lijn en een lange waterpas, en zet de ladder op een vlakke ondergrond met iemand erbij die hem vasthoudt.
Wat als er geen gording of muurplaat onder de plaat zit?
Dan schroef je een houten regel tegen de kopse kant van de gording of tegen het metselwerk, en bevestig je de beugels daaraan. Bij een stalen spant kun je speciale klembeugels gebruiken die om het profiel klemmen zonder erin te boren. Wat je in geen geval doet, is de beugels aan de plaat zelf hangen met doorgestoken bouten en rubberringen.
Hoeveel afschot heeft zo'n goot nodig?
Twee tot drie millimeter per meter richting de uitloop is genoeg. Meer is niet beter, want dan valt de goot aan het uiteinde zichtbaar scheef ten opzichte van de dakrand en past de plaatrand er niet meer overal goed in. Bij een lange schuur is het handiger om in het midden het hoogste punt te leggen en naar twee uitlopen af te wateren.
Gaat een kunststof goot even lang mee als zink?
Nee, kunststof haalt doorgaans twintig tot dertig jaar en zink dertig tot vijftig. Bij een bijgebouw weegt dat verschil minder zwaar, omdat je er zonder steiger bij kunt en vervanging dus een overzichtelijke ingreep blijft. Let bij kunststof wel op de zonzijde: ultraviolet licht maakt het materiaal broos, en juist daar barsten goten bij de eerste stevige vorst.