085 060 12 40hallo@dakdekkercentraal.nl
Dakdekkercentraal

Dakkapel

Dakkapel van zink: waar je op moet letten

Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal

Een dakkapel van zink heeft zinken bekleding op de zijwangen, het voorfront en meestal ook het dakje, aangebracht op een houten ondergrond met een geventileerde ruimte ertussen. Zink houdt het op zo'n vlak veertig jaar of langer vol en vraagt geen schilderwerk. De naadtechniek bepaalt hoe de kapel eruitziet.

Waar het zink op een dakkapel precies zit

Bij een zinken dakkapel wordt de houten doos volledig bekleed, behalve waar de kozijnen zitten. De zijwangen krijgen zink omdat die het meest in het zicht staan vanaf de straat en het zwaarst te lijden hebben van slagregen. Het platte dakje erboven kan zink krijgen, maar wordt bij veel bouwers uitgevoerd in EPDM of bitumen, simpelweg omdat dat sneller gaat en van beneden toch niet zichtbaar is. Onder de kozijnen ligt een zinken waterslag die het regenwater van het glas naar buiten leidt, en aan de onderzijde valt een zinken rand over de aansluiting met het pannendak. Vraag bij een offerte precies welke vlakken in zink worden uitgevoerd, want de term zinken dakkapel wordt zowel voor een volledig beklede als voor een deels beklede kapel gebruikt.

Felsen, roeven en de reden dat je naden ziet

Zink komt op rol of in platen en is te breed noch te lang om een hele zijwang in één stuk te bekleden, want dan zou de uitzetting nergens heen kunnen. Daarom werkt een zinkwerker met banen die met een fels aan elkaar zitten: de randen van twee banen worden om elkaar heen gevouwen en platgeslagen, waardoor er een waterdichte naad ontstaat die toch kan schuiven. Bij een roevendak of roevenbekleding zit er een houten latje onder de naad, waardoor je een opstaande lijn krijgt die het vlak verticaal geleedt. Die lijnen zijn geen versiering maar constructie, en de afstand ertussen ligt vast: te breed en het zink gaat golven bij warmte. Dat is ook de reden dat een zinken vlak nooit spiegelglad blijft.

De geventileerde ruimte achter het zink

Zink corrodeert niet aan de bovenkant maar aan de onderkant. De buitenzijde vormt in de eerste jaren een dichte patinalaag van zinkcarbonaat die het materiaal beschermt. De achterzijde krijgt die kans niet als daar vocht tegenaan blijft staan, en dan ontstaat witte roest: een poederige, poreuze aanslag die het zink van binnenuit opeet. Daarom hoort er tussen het houten beschot en het zink een ventilerende laag te zitten, meestal een gestructureerde mat met openingen aan de onder- en bovenzijde zodat er lucht doorheen trekt. Wordt zink rechtstreeks op multiplex of op een dampdichte folie gelegd, dan is een levensduur van veertig jaar teruggebracht tot vijftien. Aan de buitenkant zie je er niets van, tot er ineens gaatjes verschijnen op de plekken die het langst nat bleven.

Zink tegenover kunststof en trespa

Kunststof panelen zijn in aanschaf duidelijk voordeliger en vragen geen vakman met zinkervaring, wat de arbeid drukt. Ze gaan twintig tot dertig jaar mee en verkleuren onder ultraviolet licht, waarbij de zonzijde eerder verbleekt dan de rest. Trespa zit ertussenin en houdt zijn kleur beter vast. Zink heeft de langste levensduur, wordt met de jaren juist mooier omdat de patina gelijkmatiger wordt, en is aan het eind van zijn leven volledig herbruikbaar. De keuze draait dus niet alleen om de eerste rekening maar om de vraag hoe lang je in het huis blijft. In beschermd stadsgezicht of bij een gemeentelijk monument is de keuze bovendien vaak al gemaakt: daar wordt zink of lood voorgeschreven en is kunststof niet toegestaan.

Koper boven zink

De valkuil die niemand ziet aankomen is de combinatie van metalen. Loopt er ergens boven de zinken kapel koper langs, bijvoorbeeld een koperen goot, een leiding of een schoorsteenkap, dan spoelt regenwater koperionen mee die op het zink terechtkomen. Daar ontstaat een elektrochemische reactie waarbij het zink als het onedelere metaal wordt opgeofferd. Je herkent het aan een strook aantasting precies onder het punt waar het water valt, terwijl de rest van het vlak nog gaaf is. Hetzelfde geldt voor water dat van onbehandeld eiken of lariks afdruipt: de looizuren daarin tasten zink aan. Kijk daarom bij een zinken dakkapel niet alleen naar de kapel zelf maar naar alles wat erboven zit, en laat een tussenstuk of een aparte afwatering aanbrengen als daar koper of hardhout hangt.

Veelgestelde vragen

Verkleurt zink in de loop der jaren?

Ja, en dat hoort erbij. Nieuw zink is blinkend lichtgrijs en vormt in twee tot vijf jaar een matte, donkerdere patina die per vlak iets kan verschillen. Op plekken waar water afstroomt gaat dat sneller dan op beschutte delen, dus de eerste jaren zie je vlekken en strepen. Wie dat niet wil, kan vooraf voorgepatineerd zink kiezen, dat direct de eindkleur heeft.

Kan zink over de bestaande beplating van mijn dakkapel?

Alleen als de ondergrond vlak, droog en draagkrachtig is en er een ventilerende laag tussen kan. In de praktijk betekent dat vrijwel altijd dat de oude beplating eraf gaat, want kunststof panelen zijn geprofileerd en houten delen zijn vaak plaatselijk aangetast. Bovendien wil je zien wat er onder zit voordat je er veertig jaar overheen legt.

Maakt zink lawaai bij regen of hagel?

Op een zijwang nauwelijks, want daar zit een houten ondergrond direct achter die het geluid dempt. Op een zinken dakje boven een slaapkamer is het merkbaarder, zeker bij hagel. Een geluiddempende mat onder het zink neemt het grootste deel weg. Vraag ernaar bij een kapel waarin je slaapt; achteraf toevoegen betekent het hele dakje eraf.

BellenWhatsAppOfferte