085 060 12 40hallo@dakdekkercentraal.nl
Dakdekkercentraal

Dakkapel

Draagconstructie dakkapel: waar rust hij op?

Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal

De draagconstructie van een dakkapel bestaat uit een verdeelbalk boven de sparing, verzwaarde sporen aan weerszijden en een bodem die op de doorgezaagde sporen rust. De kapel hangt dus nergens aan, maar overbrugt het gat dat je in het dakvlak maakt. Boven ongeveer drie meter breedte komt daar staal aan te pas.

Welke krachten vrijkomen als je sporen doorzaagt

Elke spoor in een dak draagt een strook dakvlak: de pannen, de latten, het beschot, de isolatie en daarbovenop sneeuw en windbelasting. Die last gaat via de spoor naar beneden, naar de muurplaat op de bouwmuur, en naar boven naar de nok of de gording. Zaag je vier sporen door om een dakkapel te plaatsen, dan verdwijnen vier van die routes. De last die zij droegen moet naar links en rechts, en dat gebeurt via een balk die boven de sparing dwars over de opening ligt. Die balk verzamelt de doorgesneden sporen en zet hun last af op de eerste hele sporen naast het gat. Die naastliggende sporen krijgen er dus werk bij en worden daarom verdubbeld of vervangen door een zwaardere maat.

Waar de verdeelbalk uiteindelijk op landt

Een verdeelbalk is pas zinvol als hij zijn last kwijt kan. Bij een gewone tussenwoning eindigt hij op de verzwaarde sporen ernaast, die de kracht via de muurplaat naar de bouwmuur brengen. Bij een brede kapel of bij een kap zonder stevige gording gaat de balk rechtstreeks op stijlen die tot op de bouwmuur doorlopen. Die route is belangrijker dan de balk zelf, want een zware balk die op een dun spoor rust, verplaatst het probleem alleen maar. Vraag daarom bij twijfel niet welke balk erin komt, maar waar die balk zijn kracht afgeeft. Bij een woning met een houten vloerconstructie moet die vraag doorlopen tot de verdieping eronder, en soms tot de begane grond. Een constructeur tekent dat als een doorgaande lijn van dak tot fundering.

Wat de bodem draagt en waarom hij niet vlak ligt

De bodem van een dakkapel ligt op de stompen van de doorgezaagde sporen en op een regel die tegen het overgebleven dakvlak zit. Die stompen zijn kort genoeg om nauwelijks te buigen, dus de bodem is constructief het eenvoudigste deel. Wel moet hij afschot hebben, want op de bodem komt regenwater dat langs het glas naar beneden loopt. Een afschot van ongeveer twee centimeter per meter, naar buiten toe, is gebruikelijk, met daarop de dakbedekking van de kapel die over de rand naar buiten valt. Bij een platte kapel geldt hetzelfde voor het dak erboven. Ligt de bodem waterpas, dan blijft er een plas staan tegen het kozijn, en die plas zoekt binnen een paar jaar de naad tussen kozijn en bodem op.

Wanneer een constructeur echt nodig is

Bij een smalle dakkapel van twee sporen breed in een standaard naoorlogse kap weet een ervaren timmerman uit ervaring wat erin moet, en dat werkt in de praktijk prima. Er zijn drie situaties waarin een berekening geen luxe is. De eerste is een breedte boven ongeveer drie meter, want dan wordt de doorbuiging van de balk maatgevend en niet zijn sterkte. De tweede is een kap zonder duidelijke gording, waarbij de sporen over de volle lengte van goot tot nok vrij overspannen. De derde is een woning waar eerder is verbouwd en waar niemand meer weet wat er onder het stucwerk zit. Bij een vergunningplichtige dakkapel eist de gemeente de berekening sowieso, dus dan is de vraag alleen wie hem laat maken.

De balk die op niets landt

De fout die het vaakst voorkomt is een keurige verdeelbalk die aan één zijde op een spoor rust dat zelf niet is verzwaard. Op papier klopt het plaatje, want er ligt een balk boven de sparing. In werkelijkheid krijgt dat ene spoor er de last van vier andere bij en gaat het langzaam doorbuigen. Het gevolg zie je niet meteen aan de constructie maar aan de afwerking: een scheur in de hoek van de aftimmering, een dakkapelkozijn dat na twee jaar klemt en een pannenrij naast de kapel die zichtbaar doorzakt. Herstel achteraf betekent dat de binnenafwerking en soms de bekleding weer open moeten. Vraag daarom bij oplevering om een foto van de constructie voordat er gipsplaat overheen gaat, ook als je zelf niet kunt beoordelen wat je ziet.

Veelgestelde vragen

Draagt een prefab dakkapel constructief mee?

Nee, een prefab element is een geïsoleerde doos die op de sparing wordt geplaatst en zijn eigen gewicht afdraagt op de bodem en de zijwangen. De opvang van het dakvlak moet er los omheen zitten. Een fabrikant levert daarom vrijwel altijd de kapel en niet de constructie; het aftimmeren en verzwaren van de sparing is werk van de timmerman op locatie.

Wat als de dakkapel op een woningscheidende muur uitkomt?

Dan wordt het een gesprek met de buren en met de gemeente. De muur zelf is vaak gemeenschappelijk eigendom, en een balk die daarop landt of een kapel die tegen die muur aan staat, raakt hun bezit. Bouwkundig kan het meestal prima, want zo'n muur draagt goed. Leg de afspraak schriftelijk vast en laat de aansluiting brandwerend uitvoeren, want een scheidingsmuur is ook een brandscheiding.

Kan ik zelf zien of de constructie goed zit?

Ten dele. Kijk op zolder of de sporen naast de kapel dikker of dubbel zijn uitgevoerd, en of er boven de sparing een doorgaande balk zit die aan beide kanten voorbij de opening steekt. Zie je losse stukjes hout, korte klosjes of een balk die precies op de rand eindigt, laat er dan iemand naar kijken. Een waterpas op de bodem verraadt bovendien of het afschot klopt.

BellenWhatsAppOfferte