085 060 12 40hallo@dakdekkercentraal.nl
Dakdekkercentraal

Leien dak

Dak met leien: waar je op moet letten

Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal

Een dak met leien bestaat uit dunne platen natuursteen of vezelcement die dakpansgewijs over elkaar hangen en met haken of nagels op een gesloten ondergrond zijn bevestigd. Natuurleien halen tachtig tot honderd jaar, vezelcementleien ongeveer de helft. Het legpatroon bepaalt hoe groot de overlap moet zijn en hoeveel leien er nodig zijn.

Maasdekking, Rijndekking en de dubbele dekking naast elkaar

Bij Maasdekking hangen rechthoekige leien in horizontale rijen, elk rij verspringend over de helft, met een vaste maat en een schuine snijkant. Het beeld is strak en rechtlijnig en je herkent het aan de doorlopende horizontale lijnen. Rijndekking gebruikt leien met een afgeronde onderhoek die spiraalsgewijs over het dak lopen; de rijen wijken schuin omhoog, waardoor het patroon een golvend beeld geeft dat op oude kerken en torens veel voorkomt. Dubbele dekking, ook wel Engelse of schubdekking genoemd, legt elke lei over twee onderliggende rijen heen, waardoor er op elk punt drie lagen boven elkaar zitten. Dat vraagt de meeste leien per vierkante meter en geeft de grootste zekerheid bij een flauwe helling. Welk patroon past, hangt af van de dakvorm en van wat er in de omgeving gebruikelijk is.

Waarom een leiendak op de bevestiging faalt en niet op de lei

Natuursteen zelf verweert nauwelijks. Wat wel slijt is datgene waarmee de lei aan het dak hangt. Bij nageldekking gaat elke lei met twee nagels door een voorgeboord gat in het beschot; die nagels moeten roestvast zijn en op de juiste diepte zitten, want een nagel die te diep is ingeslagen klemt de lei vast en die scheurt dan bij de eerste temperatuurwisseling. Bij haakdekking hangt de lei aan een roestvast stalen of koperen haak die om de onderliggende rij grijpt. Haken zijn zichtbaar maar maken het vervangen van een losse lei veel eenvoudiger. Zie je bij een oud dak overal roestsporen onder de leien, dan zijn de nagels of haken aan het eind van hun leven en gaat het dak binnen enkele jaren leien verliezen, hoe gaaf de steen zelf ook nog is.

Wat er onder de leien hoort te zitten

Een leiendak is geen waterdichte laag maar een aflopend schubbenpakket, en er komt bij slagregen altijd iets doorheen. Daarom hoort er onder de leien een gesloten dakbeschot met daarop een waterkerende, dampdoorlatende laag, en daarop tengels en latten. De luchtspouw tussen die laag en de leien is niet optioneel: hij voert het beetje water af dat doorwaait en laat de onderzijde van de leien drogen. Ontbreekt die spouw, dan blijft het beschot vochtig en gaan de nagelgaten roesten. Bij dubbele dekking en bij hellingen onder de dertig graden wordt de eis aan die onderlaag strenger, omdat het water er langer over doet om weg te lopen. Vraag bij een offerte welke onderlaag er komt en of het beschot volledig wordt vervangen, want dat is de post die na de leien het zwaarst weegt.

Hoe een leiendak wordt afgerekend

Leiendekken gaat per vierkante meter dakvlak, en die eenheid varieert sterker dan bij pannen omdat het patroon en het formaat het aantal leien bepalen. Dubbele dekking vraagt meer leien en meer handelingen dan Maasdekking op hetzelfde vlak. Daarnaast rekenen leidekkers hoekkepers, kilgoten, nokken en aansluitingen per strekkende meter, omdat daar elke lei op maat wordt gesneden en soms met de hand wordt aangepast. Buiten de vierkante meters vallen het slopen en afvoeren van het oude dak, het herstel of de vervanging van het beschot, alle zink- en loodwerk en de steiger. Die steiger telt bij een leiendak zwaarder mee dan bij een pannendak, want leien liggen vaak op torens, dakkapellen en steile vlakken waar je niet met een ladder komt en waar het werk dagen duurt.

Waarom een losse lei geen klus voor de ladder is

Ligt er na een storm een lei in de tuin, dan is de reflex om er zelf een nieuwe in te schuiven. Dat gaat vrijwel altijd mis. Een lei hangt onder twee bovenliggende rijen, dus om er één te vervangen moet je die rijen optillen zonder ze te breken, en natuursteen breekt als je hem verkeerd belast. Erger is de reparatie die er dan vaak op volgt: een klodder kit of een strook bitumenband over de plek. Kit houdt het water even tegen, laat na een paar winters los en maakt het onmogelijk om de lei er later netjes uit te halen. Een leidekker gebruikt in plaats daarvan een reparatiehaak die om de onderliggende lei valt. Loop bovendien nooit over een leiendak: leien breken onder puntbelasting en zijn nat spekglad.

Veelgestelde vragen

Hoe herken ik het verschil tussen natuurlei en vezelcement?

Kijk naar de rand en de achterkant. Natuurlei splijt onregelmatig en heeft een licht golvend oppervlak met een zichtbare gelaagdheid; vezelcement is overal even dik en heeft een gladde, uniforme achterzijde met vaak een fabrieksstempel. Een natuurlei klinkt bovendien helder als je er met een sleutel tegenaan tikt, waar vezelcement dof klinkt.

Kun je een leiendak over een bestaand pannendak leggen?

Nee, dat is geen route. Leien vragen een gesloten en vlak beschot met een eigen lattenwerk op de juiste afstand, en dat kun je niet over een pannenvlak heen maken. Bovendien komt er dan een dubbele opbouw op de kap te liggen. Een overstap van pannen naar leien betekent altijd het dak eraf tot op het beschot en opnieuw beginnen.

Groeit er mos op leien?

Op de noordzijde en onder bomen wel, vooral op vezelcement omdat dat oppervlak poreuzer is. Mos op zich is geen ramp, maar dikke plakkaten houden water vast tegen de lei en tegen de bevestiging. Laat het verwijderen zonder hogedruk, want een straal drijft water onder de leien en beschadigt de zachte laag van vezelcement. Borstelen vanaf een dakladder is de veilige manier.

BellenWhatsAppOfferte