Leien dak
Natuur leien dak: waar je op moet letten
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Een natuurleien dak bestaat uit gespleten leisteen die uit een groeve komt en niet in een fabriek is gemaakt. Goede kwaliteit haalt tachtig tot honderd jaar, en wat dat bepaalt zijn de dikte, het gehalte aan pyriet en kalk, en de richting waarin de steen is gespleten.
Hoe een natuurlei ontstaat en waarom hij splijt
Leisteen begint als klei die op de bodem van een zee is afgezet. Onder druk en warmte richten de plaatvormige mineralen in die klei zich allemaal in dezelfde richting uit, loodrecht op de druk. Daardoor krijgt het gesteente een fijne gelaagdheid en laat het zich in dunne, vlakke platen splijten. Dat splijten gebeurt nog steeds met de hand, met een beitel en een houten hamer, omdat een machine de natuurlijke breuklijn niet kan volgen. Precies die eigenschap maakt de lei geschikt als dakbedekking: hij is dun, vlak en tegelijk hard en vrijwel ondoordringbaar voor water. Het verklaart ook waarom je een lei nooit tegen de gelaagdheid in mag belasten. Een lei die verkeerd om is gespleten of die op een oneffen ondergrond ligt, splijt op termijn in tweeën langs zijn eigen vlak.
Pyriet en kalk bepalen of hij honderd jaar haalt
In leisteen zitten van nature insluitsels, en twee daarvan zijn bepalend. Pyriet is ijzersulfide, een goudkleurig kristal dat in contact met vocht en zuurstof oxideert. Zit er veel van in, dan roest het weg en laat het een gaatje achter met een bruine baan eronder over de leien in de rijen daaronder. Kleine, stabiele pyrietkorrels zijn onschuldig en zie je op oude daken al een eeuw zitten; grote, verweerbare korrels zijn dat niet. Het tweede is calciumcarbonaat. Een kalkhoudende lei neemt onder invloed van zure regen af in dikte, wordt bros en schilfert. Voor beide bestaan meetbare klassen in de Europese productnorm, waarbij de aanduidingen voor de weerstandstest en het kalkgehalte in een code op het testrapport staan. Vraag naar dat rapport en niet naar de folder.
Dikte, formaat en het gewicht op de kap
Natuurleien voor daken zijn doorgaans tussen de drie en een halve en vijf millimeter dik. Dunner werkt sneller en scheelt gewicht, dikker is sterker en gaat langer mee. Een leidekker sorteert de partij op dikte en legt de zwaarste exemplaren onderaan bij de dakvoet, waar de belasting van water en wind het grootst is. Het gewicht van een compleet leiendak ligt tussen de vijfentwintig en veertig kilo per vierkante meter, afhankelijk van dikte, formaat en dekkingswijze. Dat is lichter dan een pannendak, maar de dekking is stukwerk en het beschot moet volkomen vlak zijn, dus de constructie-eisen zijn niet lager. Grote formaten dekken sneller en geven een rustiger beeld op een groot dakvlak; kleine formaten passen bij torentjes, dakkapellen en gebogen vlakken, omdat een kleine lei zich makkelijker naar een ronding voegt.
Wat je bij inkoop en in de offerte laat vastleggen
Leiwerk wordt per vierkante meter dakvlak afgerekend, met kepers, kilgoten en aansluitingen per strekkende meter erbij. Bij natuurlei is het materiaal een groter deel van het totaal dan bij vezelcement, dus loont het om de specificatie scherp te krijgen. Laat de herkomst van de groeve, de dikte in millimeters, het formaat en de resultaten van de productnorm op de offerte zetten. Vraag ook hoe er wordt bevestigd, met haken of met nagels, en van welk metaal die zijn; roestvast staal en koper hebben een andere levensduur dan verzinkt materiaal, en de bevestiging bepaalt wanneer het dak aan de beurt is. Vraag tot slot naar sortering: wordt de partij op dikte gesorteerd en wordt afkeur eruit gehaald voordat er iets omhoog gaat, of komt alles van de pallet zoals het aankomt.
De reparatie die het dak vroeg oud maakt
Bij een natuurleien dak gaat het bijna nooit fout op de steen en bijna altijd op wat iemand ermee doet. De klassieke misser is een losgeraakte lei die met kit of met een klodder bitumen wordt teruggeplakt. Zo'n reparatie sluit de spouw af waarin het water zou moeten aflopen, houdt vocht vast tegen de bevestiging van de omliggende leien en maakt het onmogelijk om er later netjes bij te komen. Na een paar jaar zitten er drie leien vast in één brok en beweegt het dak daar niet meer mee. Een leidekker gebruikt in plaats daarvan een reparatiehaak. De tweede fout is over het dak lopen om ergens bij te komen: natuurlei breekt onder puntbelasting en het beschot eronder krijgt een deuk die je in het vlak blijft zien.
Veelgestelde vragen
Kun je natuurleien hergebruiken bij een renovatie?
Vaak wel, en dat gebeurt regelmatig bij monumenten. De steen zelf is na tachtig jaar meestal nog gezond terwijl de nagels of haken op zijn. Een leidekker haalt het dak af, sorteert de leien op scheuren en dikte, en legt de bruikbare terug op nieuw beschot met nieuwe bevestiging. Reken op verlies van een deel van de partij en op aanvulling met leien van vergelijkbare herkomst.
Waarom zitten er roestbruine strepen op mijn leiendak?
Dat is meestal geoxideerd pyriet dat met het regenwater over de onderliggende rijen uitloopt. Bij een paar plekken is het cosmetisch en gebeurt er verder niets. Zit het verspreid over het hele vlak en zie je gaatjes waar korrels zijn uitgevallen, dan is de partij van mindere kwaliteit en moet je rekening houden met een kortere levensduur dan de honderd jaar die de steensoort in principe kan halen.
Is natuurlei duurder dan vezelcement?
Per vierkante meter materiaal wel, en het leggen vraagt bovendien meer vakmanschap. Zet daar de levensduur naast: een natuurleien dak gaat ruwweg twee keer zo lang mee als een vezelcementdak, en bij vervanging betaal je opnieuw voor het slopen, de steiger en het beschot. Op een pand waar je decennia blijft of bij een monument valt die afweging bijna altijd richting natuurlei uit.