Leien dak
Leien dak leggen: zo gaat het, stap voor stap
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Leien leggen begint bij het beschot: een vlakke gesloten ondergrond met een waterkerende laag en tengels, want een leiendak is een schubbenpakket en geen waterdicht vel. Daarna bepaalt het gekozen patroon de afstand tussen de latten, en pas dan gaat de eerste rij aan de dakvoet omhoog.
De ondergrond klaarmaken voordat er één lei omhoog gaat
Het beschot moet vlak zijn en blijven. Uitstekende spijkerkoppen worden verzonken, holle plekken bijgewerkt en zachte delen vervangen, want elke oneffenheid tekent zich in het leienvlak af en veroorzaakt spanning op de steen. Daaroverheen komt een dampopen waterkerende laag, van onder naar boven aangebracht met horizontale overlap, zodat water dat er ooit op komt over de onderliggende baan afloopt en niet erachter. Dan gaan de tengels in de richting van de sporen, waardoor er een spouw ontstaat waarin doorgewaaide regen kan aflopen en waarin de onderzijde van de leien kan drogen. Op die tengels komen tot slot de panlatten. Bij een nageldekking op vol beschot vervalt de latafstand, maar de spouw blijft nodig. Sla die stap over en je hebt een dak dat er tien jaar goed uitziet en daarna van binnenuit rot.
Sorteren en uitzetten
Natuurleien komen niet allemaal even dik uit de groeve. Een leidekker sorteert ze daarom op dikte en legt de zwaarste onderaan bij de dakvoet, waar de belasting het grootst is en waar het dak het meeste water te verwerken krijgt. Naar de nok toe worden ze dunner. Daarnaast wordt het vlak uitgezet: de leidekker rekent uit hoeveel rijen er tussen dakvoet en nok passen en verdeelt eventueel overschot over alle rijen in plaats van het bij de nok op te sparen. Doe je dat niet, dan eindig je bovenaan met een smal strookje lei dat nergens fatsoenlijk aan vast te maken is. Hetzelfde geldt in de breedte: het patroon wordt zo verdeeld dat er aan beide gevels een vergelijkbare aansnijding overblijft, want een dak met links een halve en rechts een hele lei oogt scheef.
Bevestigen en de rijen omhoog werken
Bij haakdekking hangt elke lei aan een roestvast stalen of koperen haak die om de bovenliggende lat of om de onderliggende rij grijpt. De haak wordt eerst gezet, de lei wordt erin geschoven en de volgende rij houdt hem op zijn plaats. Bij nageldekking gaan er twee nagels door voorgeboorde gaten in de lei, en de kunst is die precies zo diep te slaan dat de lei blijft hangen zonder klem te zitten. Een te vast ingeslagen nagel maakt de lei star, en dan scheurt hij bij de eerste vorstnacht rond het gat. In beide gevallen wordt van de dakvoet naar de nok gewerkt, rij voor rij, met de voorgeschreven overlap van de gekozen dekking. Bij de dakvoet komt een extra onderste rij of een ondersteek, zodat ook daar overal minstens twee lagen boven elkaar liggen.
Hoe leiwerk wordt gepland en afgerekend
Het vlakke werk gaat per vierkante meter, waarbij het patroon en het leiformaat bepalen hoeveel stuks en hoeveel handelingen erin zitten. Hoekkepers, kilgoten, nokken en aansluitingen tegen een muur of dakkapel worden per strekkende meter gerekend, omdat daar elke lei op maat wordt gesneden en er zink of lood bij komt. Buiten die eenheden vallen het slopen en afvoeren van het oude dak, het herstel van het beschot en de steiger. Reken bij een leiendak op een langere doorlooptijd dan bij pannen: het is stukwerk waarbij een dakvlak van gemiddelde omvang al gauw een aantal weken vraagt, en de steiger staat al die tijd. Vraag daarom of de steigerhuur per week doorloopt en of er dagen tussen zitten waarop er niet gewerkt wordt.
Waarom te weinig overlap pas na jaren opvalt
De fout die zich het langst verborgen houdt, is een dekking met te weinig overlap. Elke dekkingswijze en elke dakhelling heeft een minimale overlap, en die neemt toe naarmate het dak flauwer is, omdat het water er dan langer over doet. Wordt er een rij te ruim uitgezet om leien te besparen, dan lekt het dak niet meteen. Bij normale regen loopt alles gewoon af. Pas bij slagregen met wind van de verkeerde kant wordt het water tussen de leien omhoog geduwd tot voorbij de overlap, en dan komt er water op het onderdak. Omdat de waterkerende laag dat opvangt, merk je het jaren niet, tot die laag verweert. Vraag daarom vooraf welke overlap er wordt aangehouden en bij welke helling, en laat dat op de offerte zetten.
Veelgestelde vragen
Kan ik zelf leien leggen?
Voor een klein bijgebouw met vezelcementleien en een eenvoudige rechthoekige kap is het te leren, mits je nauwkeurig uitzet en de overlap aanhoudt. Bij een woonhuis, bij natuurlei of bij een dak met kepers en kilgoten is het echt vakwerk: het sorteren, het aansnijden en het loodwerk bepalen of het dak veertig jaar droog blijft. Bovendien werk je op een steil vlak dat nat spekglad is.
Bij welke dakhelling kunnen leien nog?
Vanuit de techniek geldt: hoe flauwer het dak, hoe groter de overlap en hoe strenger de eisen aan het onderdak. Rond de vijfentwintig graden is voor de meeste dekkingen de praktische ondergrens, en dan is een volwaardige waterdichte onderlaag geen luxe meer maar noodzaak. Boven de veertig graden werkt een leiendak op zijn best en kan de overlap terug naar de standaardmaat van het patroon.
Hoe lang duurt het leggen van een leiendak?
Reken op een veelvoud van de tijd die een pannendak van dezelfde omvang vraagt. Elke lei wordt afzonderlijk gehangen en bij randen en kepers ook nog op maat gesneden. Een dakvlak van een gemiddelde woning kost al snel enkele weken, en dat is precies waarom het loont om alle bijkomende werkzaamheden aan goot, schoorsteen en dakramen in dezelfde periode te plannen.