Pannendak
Afmetingen van dakpannen: waarom die verschillen
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
De afmetingen van dakpannen verschillen per model omdat elke fabrikant zijn eigen werkende maat hanteert: de breedte en de lengte die zichtbaar blijven na aftrek van de overlap. Een sneldekker heeft een werkende maat rond de dertig bij vijfendertig centimeter, een oude Hollandse pan beduidend minder.
Totale maat, werkende maat en waarom dat verschil telt
Elke pan heeft twee maten. De totale maat is wat je meet als je hem in je handen houdt, van rand tot rand. De werkende maat is wat er op het dak zichtbaar overblijft nadat de pan met zijn zijsluiting over de buurpan valt en met zijn kop onder de bovenliggende rij schuift. Dat verschil is aanzienlijk: bij een gemiddelde pan gaat er in beide richtingen enkele centimeters aan overlap verloren. Voor het bestellen is alleen de werkende maat relevant, want die bepaalt hoeveel pannen er in een vierkante meter gaan. Fabrikanten geven daarom op het productblad zowel de werkende breedte als de reeks werkende lengtes die mogelijk zijn. Zie je op een offerte alleen een totale maat, vraag dan door, want twee pannen met dezelfde buitenmaat kunnen door een andere sluiting flink verschillen in dekkend oppervlak.
De latafstand volgt uit de pan en niet andersom
Bij de meeste modellen is de werkende lengte niet één vast getal maar een bereik van een paar centimeter. Dat is bewust zo gemaakt. Een dakdekker meet de afstand van de dakvoet tot de nok, deelt die door het aantal rijen dat er ongeveer in past en verdeelt het restant gelijkmatig over alle rijen door de latten iets ruimer of iets krapper te leggen. Zo eindigt hij bovenaan met een volle rij in plaats van met een strook die niemand netjes kan aansluiten. Dat verklaart waarom je bij twee daken met dezelfde pan een verschillende latafstand kunt meten. Het verklaart ook waarom je niet zomaar pannen van een ander model op bestaand lattenwerk kunt leggen: valt de werkende lengte buiten het bereik van de aanwezige latafstand, dan sluit de pan niet af en waait de regen eronder.
Waarom de modellen zo uiteenlopen
De Nederlandse pannen zijn ontstaan uit regionale tradities en uit het productieproces van hun tijd. De oude Hollandse pan werd met de hand over een vorm geslagen en bleef daardoor klein en licht, want groter kreeg je hem niet gelijkmatig gedroogd en gebakken. De opkomst van de strengpers en later de revolverpers maakte grotere formaten mogelijk, en toen de arbeidskosten stegen ontstond de sneldekker: één grote pan met een brede zijsluiting, waarmee een dakdekker in dezelfde tijd veel meer vierkante meters legt. Daarnaast bestaan er streekgebonden modellen zoals de muldenpan en de tuile du nord, elk met hun eigen profiel en maat. Bij een historisch pand is die maat vaak leidend, omdat een grote moderne pan het dakvlak grof maakt en het beeld van de gevel verandert.
Meten om bij te bestellen
Wil je pannen bijkopen, haal er dan één van het dak en meet de totale lengte en breedte tot op de millimeter. Fotografeer daarna de onderzijde, want daar staat vrijwel altijd een stempel met fabrikant en model, en fotografeer het profiel van opzij zodat de vorm van de golf en de sluiting zichtbaar is. Meet ook de latafstand op je eigen dak, van bovenkant lat tot bovenkant lat, want dat getal vertelt een leverancier meteen welke werkende lengte er is aangehouden. Met die vier gegevens kan een handelaar het model bijna altijd thuisbrengen, ook als het niet meer in productie is. Blijkt het model verdwenen, dan is een tweedehandshandel de aangewezen route; die verkopen per stuk uit gesorteerde partijen van gesloopte daken.
Een ander model op bestaand lattenwerk
De fout die op het dak pas zichtbaar wordt, is een nieuw pannenmodel bestellen zonder de latafstand te controleren. De verkoper levert wat je vraagt, de pannen komen op pallets aan en dan blijkt de werkende lengte niet te passen bij de latten die er liggen. Er zijn dan twee uitwegen en beide kosten geld: het hele lattenwerk opnieuw leggen, of de pannen retour sturen en opnieuw bestellen met wekenlange vertraging terwijl het dak open ligt. Hetzelfde speelt bij de breedte: een pan met een andere werkende breedte laat aan de gevel een aansnijding over die daar niet was voorzien. Laat daarom altijd de dakdekker de maatvoering controleren voordat er iets wordt besteld, ook wanneer je het materiaal zelf inkoopt en de leverancier zegt dat het gangbare maten zijn.
Veelgestelde vragen
Hoeveel pannen gaan er in een vierkante meter?
Dat loopt uiteen van ongeveer tien bij een grote sneldekker tot zestien of meer bij een oude Hollandse pan. Het getal staat op het productblad van de fabrikant en volgt rechtstreeks uit de werkende maat. Wil je het zelf narekenen, deel dan tienduizend door het product van de werkende breedte en de werkende lengte in centimeters; dan houd je het aantal per vierkante meter over.
Zijn dakpannen gestandaardiseerd in maat?
Nee, en dat is een hardnekkig misverstand. Er zijn wel families van modellen die onderling uitwisselbaar zijn, en verschillende fabrikanten maken een sneldekker met vergelijkbare maten, maar identiek zijn ze zelden. Ga er dus nooit van uit dat een pan van een ander merk in de bestaande rijen past. Vraag om een monsterpan en leg die op het dak naast de bestaande voordat je een partij bestelt.
Wat betekent de aanduiding hart-op-hart bij panlatten?
Dat is de afstand tussen het midden van de ene lat en het midden van de volgende, en die maat hoort binnen het bereik van de werkende lengte van de pan te vallen. Meet je van bovenkant naar bovenkant, dan kom je op hetzelfde getal uit zolang alle latten dezelfde dikte hebben. Noteer die maat voordat je pannen bestelt, want een leverancier vraagt er standaard naar.