Plat dak
Dakafvoeren plat dak: waar je op moet letten
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Dakafvoeren op een plat dak bepalen of het water binnen een uur weg is of blijft staan. Reken op minstens twee afvoeren per dakvlak, ook op een klein dak, plus een noodoverloop door de dakrand die net boven de afvoer begint en zichtbaar overstort. Zo zie je van beneden dat er iets mis is.
Hoe een dakafvoer is opgebouwd
Een afvoer is meer dan een gat in het dak. Onderin zit een tapse kunststof of loden trechter die door het beschot heen steekt en op de hemelwaterleiding aansluit. Daaromheen ligt een plakplaat of een manchet van hetzelfde materiaal als de dakbedekking, en die wordt onder de bedekking door gewerkt zodat het water over de plaat de trechter in loopt en nergens langs de rand kan. Daarbovenop komt een bladvanger: een korfje of een kap die takken en bladeren tegenhoudt zonder de doorstroming te blokkeren. In een geïsoleerd dak is de afvoer langer, omdat hij door het hele pakket heen moet, en dan hoort er een isolerende mantel omheen tegen condens. De zwakke plek zit altijd bij de overgang van de plakplaat naar de bedekking; daar hoort een ruime overlap en geen kitrand.
Waarom een tweede afvoer en een noodoverloop nodig zijn
Eén afvoer betekent dat het dak volloopt zodra die verstopt raakt, en dat gebeurt vaker dan mensen denken: een tennisbal, een vogelnest of een handvol bladeren volstaat. Water weegt duizend kilo per kubieke meter, dus een laag van tien centimeter op een dak van dertig vierkante meter is drie ton extra belasting. Daarom hoort er altijd een tweede afvoer te zijn, en op een dak waar dat niet kan een noodoverloop. Dat is een korte buis of een sleuf door de dakrand die op een vaste hoogte boven het dakvlak begint en die naar buiten uitmondt, zichtbaar boven het terras of de tuin. Loopt de gewone afvoer dicht, dan stroomt het water daar naar buiten en zie je meteen dat er iets aan de hand is. Een noodoverloop die op de regenpijp is aangesloten, is dus geen noodoverloop.
Diameter en aantal in verhouding tot het dakvlak
De maat volgt uit het oppervlak en uit de neerslag waarmee gerekend wordt. In de praktijk zie je op woningdaken afvoeren van zeventig tot honderdvijfentwintig millimeter. Voor een gemiddeld plat dak achter een woning volstaat één afvoer van tachtig millimeter bij een oppervlak tot ongeveer veertig vierkante meter, maar dat is een rekenwaarde en geen garantie: buien worden heviger en de norm waarmee gerekend wordt is de afgelopen jaren aangescherpt. Beter is de vuistregel dat elke afvoer in zijn eentje het hele dak moet kunnen verwerken, zodat de andere altijd reserve is. Let ook op de leiding erna. Een afvoer van honderd millimeter die uitkomt op een oude regenpijp van zestig heeft geen zin, want de vernauwing bepaalt de doorstroming en niet de trechter op het dak.
Wat je zelf nakijkt en hoe vervanging wordt gerekend
Twee keer per jaar de bladvanger leeghalen en de trechter met de hand nalopen is werk dat je zelf doet, mits het dak veilig bereikbaar is. Doe het in november als het blad gevallen is en in het voorjaar na de bloesem. Spoel daarna met een tuinslang en kijk of het water zonder gorgelen doorloopt; blijft het staan, dan zit de verstopping in de leiding en niet in de trechter. Moet er een afvoer worden vervangen, dan gaat dat per stuk, met het uitsnijden van de bedekking, de nieuwe trechter, de plakplaat en het aanhelen van de bedekking eromheen. Een noodoverloop aanbrengen gaat ook per stuk en vraagt het doorboren van de dakrand plus het waterdicht afwerken. Combineer die klussen met ander dakwerk, want de toegang is bij beide de grootste vaste post.
De noodoverloop die op de verkeerde hoogte zit
Een noodoverloop moet precies goed zitten en dat gaat vaak mis. Zit hij te laag, dan loopt er bij elke stevige bui water uit terwijl de gewone afvoer prima werkt, en dan komt er permanent water op het terras of langs de gevel. Zit hij te hoog, dan is de belasting op het dak al opgelopen voordat hij in werking treedt, en dat is precies wat je wilde voorkomen. De juiste hoogte is enkele centimeters boven het hoogste punt van de gewone afvoer en ruim onder de bovenkant van de dakrand. Even belangrijk is dat de opening groot genoeg is: een smal buisje van veertig millimeter loopt zelf ook dicht met blad. Kijk bij oplevering of de overloop zichtbaar naar buiten uitmondt en niet in de goot of op het dakvlak van de buren.
Veelgestelde vragen
Waarom staat er na een bui altijd een plas op mijn dak?
Meestal door te weinig afschot of door een doorhanging in het beschot. Een plas die binnen een uur weg is, hoort erbij; een plas die dagen blijft staan, versnelt de veroudering van de bedekking. Kijk waar de plas ligt ten opzichte van de afvoer: ligt hij ernaast, dan is het afschot verkeerd; ligt hij overal, dan is de afvoer te hoog geplaatst of te krap.
Mag hemelwater van een plat dak op het riool?
Dat verschilt per gemeente. Veel gemeenten stimuleren of verplichten afkoppelen, waarbij het water op eigen terrein infiltreert of naar een sloot gaat. Bij een verbouwing of nieuwbouw wordt dat vaak als voorwaarde gesteld. Informeer bij de gemeente en vraag ook naar een subsidie voor een infiltratiekrat of een regenton, want die regelingen bestaan in veel plaatsen nog.
Kan een verstopte afvoer een dak echt laten instorten?
Ja, en het is de meest voorkomende oorzaak van instorting bij platte daken. Het gevaar zit in de opbouw: het dak buigt door onder het gewicht, waardoor er nog meer water samenkomt op dat lage punt. Dat proces versterkt zichzelf. Bij een dak dat zichtbaar doorhangt na een bui moet je het water weghalen en de constructie laten beoordelen voordat je iets anders doet.