Overig dakwerk
Dakbedekking voor tuinhuis: waar je op moet letten
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
De dakbedekking voor een tuinhuis is in de praktijk een keuze uit vier: bitumen dakshingles, een- of tweelaags bitumen dakbaan, EPDM in één stuk, of golfplaten van bitumen. Op een plat dakje wint EPDM op levensduur, op een schuin dakje zijn shingles het eenvoudigst zelf aan te brengen.
Bitumen dakshingles op een schuin dakje
Shingles zijn stroken bitumen met een minerale bestrooiing, geleverd in platen die je met nagels op een gesloten ondergrond vastzet en die met de rij erboven worden overlapt. Onder de bovenrand van elke strook zit een kleefstrip die door de zon aan de laag eronder vastplakt, waardoor het geheel na een warme week één vlak vormt. Ze zijn geschikt vanaf een helling van ongeveer vijftien graden en werken beter naarmate het dak steiler is. Voorwaarde is een gesloten, vlak dakbeschot met een onderlaag eronder, want de shingles zelf zijn niet waterdicht als los product. Op een dak met veel hoeken zijn ze prettig werkbaar omdat je met kleine stukken kunt schuiven. De levensduur ligt op vijftien tot vijfentwintig jaar, waarbij de bestrooiing als eerste verdwijnt.
Bitumen dakbaan: het verschil tussen één en twee lagen
De rol dakleer die bij een bouwpakket zit, is doorgaans een enkele laag die met nagels aan de rand wordt vastgezet en waarvan de overlappen worden verkleefd. Dat werkt, tot de eerste keer dat er water op blijft staan of dat de nagels door de beweging van het beschot gaan werken. Een tweelaags systeem is een andere klasse: een onderlaag die volvlaks of in stroken wordt bevestigd en een toplaag met minerale bestrooiing daaroverheen, met de naden verspringend. Doordat de naden van beide lagen niet boven elkaar liggen, is er geen doorlopende zwakke lijn. Dat verdubbelt de levensduur ruimschoots. Bij een tuinhuis is het verschil in materiaal beperkt, want het gaat om weinig oppervlak; het verschil zit vooral in de arbeid, en die doe je bij een schuurtje vaak zelf.
EPDM: één vel rubber zonder naden
EPDM is een synthetische rubberfolie die voor een dak van deze afmeting in één stuk wordt geleverd. Daarmee vervalt de zwakste schakel van elk plat dak, namelijk de naad in het vlak. De folie blijft elastisch bij vorst en volgt de beweging van het beschot, wat op een lichte houten constructie een reëel voordeel is. Aanbrengen gaat met koude contactlijm: het vel wordt uitgerold, ontspannen gelegd, half teruggeslagen en aan beide zijden ingelijmd. De aandacht verschuift naar de randen en de hoeken, waar met speciale hoekstukken en een dakrandprofiel wordt gewerkt. Uv-straling deert het materiaal nauwelijks, zodat een goed gelegd vel decennia meegaat. Voor een tuinhuis is dat in verhouding tot de andere opties zelden een grote meerprijs.
Bitumen golfplaten en waar ze thuishoren
Golfplaten van geïmpregneerde vezels met bitumen zijn licht, goedkoop en met een schroef met afdichtring op panlatten te bevestigen. Ze hoeven geen gesloten dakbeschot en kunnen dus op een frame van latten, wat een houtbesparing oplevert. Daar staat tegenover dat het materiaal in de zon zacht wordt en over de jaren doorbuigt tussen de latten, dat de kleur vervaagt en dat de levensduur op ruwweg tien tot vijftien jaar ligt. Ze vragen bovendien een helling van minstens tien tot vijftien graden en zijn dus geen optie op een vlak dakje. Waar ze prima werken: een open kapschuur, een fietsenberging of een houtopslag waar het gaat om droog houden en niet om de uitstraling of om een geïsoleerde ruimte eronder.
Wat je zelf kunt en waar de brander de grens is
Shingles nagelen en EPDM koud verlijmen zijn allebei reële zelfklussen op een dak van deze omvang, mits je droog werkt en de ondergrond vlak is. Laat je het doen, dan gaat het per vierkante meter met een minimumbedrag per klus, omdat voorrijden en opstellen bij een klein dak zwaarder wegen dan het oppervlak. Waar je moet stoppen is bij de gasbrander. Bitumen branden op een houten schuurtje is de klassieke oorzaak van een brand die uren later ontstaat: de vlam verwarmt het hout onder het beschot, dat begint te smeulen zonder dat je vlammen ziet, en 's avonds staat de schuur in brand. Wie toch bitumen wil, kiest een zelfklevende of koud verkleefde variant, of laat het door iemand met een brandveiligheidscertificaat doen.
Veelgestelde vragen
Kan nieuwe dakbedekking over de oude heen?
Bij shingles op shingles kan het bij een verder gezonde ondergrond, bij bitumen soms ook. Verstandig is het zelden, want je legt een laag over materiaal waarvan je de staat niet ziet en je voegt gewicht toe aan een lichte constructie. Bij een tuinhuis is de oude laag er in een uur af en dan zie je meteen hoe het beschot eronder erbij ligt.
Welke helling heeft een tuinhuisdak minimaal nodig?
Voor shingles ongeveer vijftien graden, voor golfplaten tien tot vijftien, en voor een plat dak met EPDM of bitumen is een afschot van zestien millimeter per meter het uitgangspunt. Die laatste waarde lijkt weinig maar is genoeg om te voorkomen dat er water blijft staan, mits het beschot stijf genoeg is om niet door te buigen onder het gewicht van dat water.
Moet er een dampremmende laag onder de dakbedekking?
Alleen als het tuinhuis is geïsoleerd en verwarmd wordt. Dan komt er warme, vochtige lucht bij de koude onderkant van het dakbeschot en ontstaat er condens, en hoort er een dampremmende laag aan de binnenzijde plus ventilatie. Bij een onverwarmde berging is dat niet nodig en werkt een dampremmer zelfs averechts, omdat vocht dat er toch in komt niet meer weg kan.