Pannendak
Dakpannen vervangen wanneer: wanneer het moet, wat het kost en hoe het gaat
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Dakpannen vervang je wanneer ze poreus worden, gaan afbladderen of op meerdere plekken scheuren. Bij betonpannen gebeurt dat na dertig tot vijftig jaar, bij keramische pannen pas na zestig jaar of meer. Losse gebroken exemplaren wissel je per stuk; een heel vlak pak je aan zodra het latwerk eronder ook op is.
Hoe een dakpan veroudert
Een betonpan bestaat uit zand, cement en pigment, met aan de bovenzijde een dunne coating die het oppervlak dicht houdt. Die coating slijt door regen, wind en ultraviolet licht, en zodra hij weg is neemt de pan water op. Een verzadigde pan is zwaarder, droogt trager en bevriest van binnenuit, waardoor er schilfers afspringen. Je herkent het aan een ruw, korrelig oppervlak en aan pannen die na regen veel donkerder kleuren dan vroeger. Een keramische pan is gebakken klei en is van zichzelf al dicht; daar zit vaak nog een engobe of glazuur overheen. Die pannen gaan aanzienlijk langer mee, maar ze zijn brosser en kunnen bij vorst craquelé krijgen, een fijn netwerk van barstjes in het glazuur waardoor water alsnog de scherf in trekt. Beide typen falen dus door vocht, alleen in een ander tempo.
De signalen die je zelf kunt beoordelen
Ga eerst naar zolder en doe het licht uit. Zie je overal kleine speldenprikjes daglicht tussen de pannen door, dan is dat normaal bij een dak zonder folie; zie je een streep of een vlek licht, dan ontbreekt er iets of ligt er iets scheef. Kijk daarna naar het beschot en de sporen op donkere kringen en op witte zoutrandjes, want die verraden waar water binnenkomt. Ga vervolgens naar buiten met een verrekijker en scan het vlak op verschoven pannen, gebroken neuzen, afgebladderde plekken en mos dat als een dikke deken tussen de rijen ligt. Pak tot slot een reservepan uit de schuur en tik erop: een gezonde pan klinkt helder, een verzadigde pan klinkt dof. Dit alles kun je zelf doen. Het dak op klimmen om te kijken hoort daar niet bij.
Losse pannen, herleggen of het hele vlak
Er zijn drie niveaus van ingrijpen. Losse pannen vervangen is de lichtste: bij een paar gebroken exemplaren in een verder gezond vlak schuift een dakdekker nieuwe pannen op de plek van de oude. Herleggen is de tussenstap: alle pannen gaan eraf, het latwerk wordt nagelopen en zo nodig vervangen, en dezelfde pannen gaan terug. Dat is zinvol als de pannen nog goed zijn maar het vlak golft, de pannen zijn verschoven of het latwerk begint te zakken. Herleggen is een fractie van vervangen, want het grootste deel van de materiaalkosten valt weg. Het derde niveau is volledig vervangen, met nieuwe pannen, nieuwe latten en tengels en meestal een nieuwe onderdakfolie. Dat doe je als de pannen zelf op zijn of als je toch gaat isoleren.
Hoe pannenwerk wordt afgerekend
Een compleet dakvlak gaat per vierkante meter, gemeten over het schuine vlak, met de pannen, het latwerk en het leggen in die eenheid. Losse reparaties gaan per klus, waarbij de toegang de grootste factor is; het vervangen van drie pannen kost bijna evenveel als het vervangen van één, dus laat alles wat je ziet in één bezoek meenemen. Alles wat een rand is, gaat per strekkende meter: de nok, de hoekkepers, de gevelpannen, de goot en de kilgoten. Buiten de post vallen doorgaans de steiger of hoogwerker, de afvoer van oude pannen en het herstel van beschot. Vraag bij hergebruik van bestaande pannen om een afspraak over breuk, want bij het lichten sneuvelt altijd een deel. Bij een verouderd model dat niet meer wordt gemaakt, regel je vooraf een partij tweedehands pannen.
Nieuwe pannen op oude latten
De verleiding om alleen de pannen te vervangen is groot, want dat is het zichtbare deel. Toch is dat een fout met een lange staart. Panlatten en tengels zijn even oud als de pannen en hebben net zo lang vocht te verduren gehad, zeker op een dak zonder folie. Leg je nieuwe pannen op latten die al zacht zijn, dan zakt het vlak binnen een paar jaar door en trekken de pannenrijen scheef. Erger nog: de nieuwe pannen zijn dan al betaald en gelegd, en om bij de latten te komen moeten ze er allemaal weer af. Laat een dakdekker daarom bij het lichten van de eerste rij een schroef in een lat draaien; grijpt die niet meer, dan is het hout op. Beslis pas over de pannen als je dat weet.
Veelgestelde vragen
Kun je één gebroken dakpan zelf vervangen?
Op een laag dak dat je vanaf een stevig opgestelde ladder bereikt soms wel, met een dakladder die over de nok haakt. Je licht de bovenliggende pan iets op, haalt de scherven eruit en schuift de nieuwe erin. Op een steil of hoog dak is het geen zelfwerk: pannen zijn glad, zeker met mos erop, en er is geen tweede kans als je uitglijdt.
Moet er onderdakfolie onder nieuwe pannen?
Bij een compleet nieuw dakvlak is het de standaard en het is verstandig. Folie vangt inwaaiende sneeuw en opspattend regenwater op en voert dat naar de goot, zodat het beschot droog blijft. Kies een dampopen folie als er isolatie tegen het beschot komt of gaat komen. Bij enkel herleggen van bestaande pannen wordt folie soms overgeslagen, maar het is het moment om het alsnog te doen.
Is mos op dakpannen schadelijk?
Op een gezonde pan valt het mee; het is vooral lelijk. Wel houdt mos vocht vast, waardoor de pan langer nat blijft en bij vorst eerder schade oploopt, en losgeraakte plukken kunnen de goot verstoppen. Verwijder het met een zachte borstel of laat het vegen, maar gebruik nooit een hogedrukreiniger: die spuit de coating van betonpannen af en versnelt precies het proces dat je wilde stoppen.