085 060 12 40hallo@dakdekkercentraal.nl
Dakdekkercentraal

Plat dak

Hemelwater afvoer plat dak: waar je op moet letten

Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal

De hemelwaterafvoer van een plat dak bestaat uit drie onderdelen die samen moeten kloppen: voldoende afschot naar de laagste punten, genoeg doorlaat in millimeters, en een noodoverlaat die het water kwijtraakt als de hoofdafvoer verstopt zit. Ontbreekt dat derde onderdeel, dan draagt de constructie het water.

Waarom water op een plat dak nooit stilstaat

Een plat dak is nooit vlak. Het heeft afschot, een lichte helling richting de afvoerpunten, die met wiggen in de isolatie of met de constructie zelf wordt gemaakt. Zonder dat afschot blijft er na elke bui een film water staan, en stilstaand water is de belangrijkste versneller van veroudering: bitumen verweekt onder de combinatie van water en ultraviolet licht, en op EPDM hoopt zich vuil op dat als schuurmiddel werkt bij wind. Bovendien verzamelt zich in een plas fijn stof en blad, waar mos in gaat groeien dat de bedekking langzaam aantast. Loop na een bui over het dak. Zie je een dag later nog plassen liggen, dan is het afschot onvoldoende of is er ergens een doorbuiging ontstaan, en dat laatste is een aanwijzing dat de constructie al belast is geweest.

Hoeveel doorlaat een dak nodig heeft

De capaciteit van een afvoer hangt af van de diameter en van de hoogte van het water dat erboven staat. Een doorlaat van 75 millimeter verwerkt aanzienlijk minder dan een van 100 millimeter, en dat verschil is niet lineair maar loopt met het kwadraat van de straal op. Een dakdekker rekent met de oppervlakte van het dak en met een neerslagintensiteit, en komt zo op het aantal afvoeren en de maat. Als vuistregel houden veel bedrijven één afvoer per vijftig tot zeventig vierkante meter aan, met minstens twee doorvoeren per dak. Belangrijk is dat elke afvoer een eigen laagste punt heeft en dat de bedekking daar met een verdiepte kraag naartoe loopt. Twee afvoeren die allebei net iets te hoog liggen, zijn samen minder waard dan één die goed ligt.

De noodoverlaat die niemand ziet en iedereen nodig heeft

Een noodoverlaat is een tweede doorvoer door de dakrand, een paar centimeter boven het niveau van de gewone afvoer. In normale omstandigheden gebeurt er niets. Raakt de hoofdafvoer verstopt door blad, een tennisbal of ijs, dan loopt het water op tot de drempel van de overlaat en stroomt het zichtbaar aan de buitenkant naar beneden. Dat is bewust: de straal water langs de gevel is het alarm dat je vertelt dat er iets mis is. Zonder overlaat blijft het water stijgen en wordt het gewicht het probleem, want elke centimeter water voegt ongeveer tien kilo per vierkante meter toe. Op een dak van veertig vierkante meter is tien centimeter water al vier ton. Zo bezwijken platte daken, en vrijwel altijd tijdens een hevige zomerbui.

Van dak naar riool en wat daarbij hoort

Achter de afvoer begint een leidingtraject. Bij een uitwendige afvoer loopt het water via een spuwer of een uitloop in een regenpijp langs de gevel, met een bladvanger op ooghoogte zodat je hem kunt legen. Bij een inwendige afvoer gaat de leiding door het gebouw naar beneden, weggewerkt in een koker, en wordt hij onderin op het riool of op een infiltratievoorziening aangesloten. Die tweede variant vraagt aandacht voor twee dingen: de leiding hoort geïsoleerd te zijn tegen condens, en er hoort een ontluchting op te zitten zodat het water niet gaat klokken en de waterslot van een aangrenzende afvoer leegzuigt. Steeds meer gemeenten willen bovendien dat regenwater niet op het vuilwaterriool komt maar op eigen terrein infiltreert. Vraag de eisen op voordat je een nieuwe afvoer laat aanleggen.

De leiding in de koker die jaren ongemerkt lekt

De vervelendste storing zit bij een inwendige afvoer. De aansluiting van de dakafvoer op de leiding is een manchet of een lijmverbinding, en die zit weggewerkt onder de bedekking en boven een dichtgezet plafond. Gaat daar iets loszitten, bijvoorbeeld doordat de leiding is gaan werken bij temperatuurwisselingen, dan loopt het water in de koker en niet in de leiding. Omdat de koker meestal langs een binnenmuur naar beneden gaat, verdwijnt dat water in de constructie en verschijnt het pas jaren later als een vlek op een plafond twee verdiepingen lager. Laat bij een dakrenovatie daarom altijd de aansluiting vernieuwen en niet alleen de bedekking eromheen, en maak een inspectieluik in de koker zodat de verbinding bereikbaar blijft.

Veelgestelde vragen

Kun je de dakafvoer zelf doorspuiten?

Het rooster afnemen, blad weghalen en een emmer water erin gooien om te kijken of het meteen wegloopt, kan iedereen doen die veilig op het dak komt. Verder gaan met een veerspiraal of een hogedrukslang laat je liever aan een specialist over: in een kunststof leiding kun je met een veer een verbinding losduwen, en dat merk je pas als er water in het plafond staat.

Hoe vaak moet een platdakafvoer gecontroleerd worden?

Twee keer per jaar is een werkbaar ritme: één keer in het late najaar als het blad gevallen is, en één keer in het voorjaar. Val je terug op één keer, doe het dan in november. Noteer wat je aantreft, want een put die elk jaar vol zit vraagt om een bladrooster of om het snoeien van een boom, en dat is goedkoper dan elk jaar terugkomen.

Mag een noodoverlaat op het terras van de buren uitkomen?

Nee, en dat geldt ook voor een pad, een oprit of openbaar terrein. Een overlaat spuwt bij een hevige bui een flinke straal en dat geeft overlast en in de winter ijzel. Kies daarom een gevelzijde die op eigen terrein uitkomt, bij voorkeur boven een plek waar water kan infiltreren. Bij twijfel over de plaats geldt hetzelfde als bij een spuwer: informeer bij de gemeente.

BellenWhatsAppOfferte