Overig dakwerk
Brander voor dakbedekking: waar je op moet letten
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Een brander voor dakbedekking is een propaanbrander met een brede vlamkop waarmee je de onderzijde van een bitumenrol smelt terwijl je hem uitrolt. Het bitumen hoort net te gaan glanzen en een klein walsje voor de rol uit te duwen. Te weinig hitte geeft een naad die loslaat, te veel verbrandt het materiaal.
Waaruit een dakbrander bestaat
Een set bestaat uit een propaanfles, een drukregelaar, een slang met knelkoppelingen en de brander zelf. De brander heeft een lange steel zodat je rechtop kunt werken, een regelkraan bij de hand en een vlamkop die de warmte over de breedte van de rol verdeelt. Er zijn koppen van vijf centimeter voor detailwerk en koppen van twintig centimeter of breder voor het vlak. De werkdruk ligt hoger dan bij een gewone gasbrander, meestal enkele bar, want je moet in korte tijd veel warmte in het bitumen brengen. Sommige uitvoeringen hebben een waakvlam zodat je niet steeds opnieuw hoeft te ontsteken. Controleer de slang op scheurtjes voordat je begint en gebruik altijd een drukregelaar die bij de brander hoort; een regelaar van een barbecue levert te weinig druk en dan smelt het bitumen niet door.
Het walsje: waaraan je ziet dat de laag hecht
Bij het branden houd je de vlam schuin op de plek waar de rol de ondergrond raakt, zodat je tegelijk de onderzijde van de rol en het oppervlak eronder verwarmt. Het teken dat je zoekt is een klein bandje van vloeibaar bitumen dat voor de rol uit wordt geduwd, ongeveer een centimeter breed. Zie je dat walsje niet, dan is er te weinig warmte en hecht de laag alleen aan de buitenkant; die naad laat na een paar winters los. Zie je rook en een dunne, waterige stroom, dan is het te heet en verbrandt de mastiek waardoor de laag bros wordt. Bij de overlappen let je extra op: daar hoort het bitumen zichtbaar uit de naad te komen en met een troffel te worden aangedrukt. Een naad zonder die uitgeperste rand is een naad die je later terugziet.
Waar de vlam nooit bij mag komen
Op het vlakke deel van een dak is branden overzichtelijk. Bij elke rand wordt het gevaarlijk, omdat daar hout, isolatie en holle ruimtes zitten. Tegen een houten dakrand, langs een opstand, rond een doorvoer en bij een gevelaansluiting werk je daarom met zelfklevende stroken of met koudlijm, of met een kleine kop en een beschermplaat tussen de vlam en het hout. Ook onder een overstek, achter een boeiboord en bij een dakkapel is de vlam ongewenst, want warmte kruipt via een kier naar binnen en komt terecht in een spouw waar niemand bij kan. Isolatieplaten van hardschuim smelten bovendien direct weg. Een goede ploeg legt daarom de eerste baan langs de rand koud en brandt pas vanaf een halve meter uit de kant. Vraag hoe ze dat aanpakken voordat het werk begint.
Brandveilig werken en de nacontrole
Werken met open vuur op een dak heet heet werk, en verzekeraars stellen daar eisen aan. Er hoort een blusmiddel binnen handbereik te staan, meestal een poederblusser en een emmer water, en het werkgebied moet vrij zijn van brandbaar afval. Belangrijker nog is de nacontrole. Een smeulbrand in een houten dakrand of in een isolatiepakket ontwikkelt zich langzaam en wordt vaak pas uren later zichtbaar, wanneer de ploeg allang weg is. Daarom hoort er na afloop minstens een uur te worden nagelopen, met een controle van alle plekken waar de vlam in de buurt van hout is geweest. Voel met de hand of er warmte in de constructie zit. Vraag bij de opdracht of dit onderdeel is van de werkwijze en of het bedrijf een brandverzekering heeft die heet werk dekt.
Zelf branden of een koude oplossing kiezen
Voor een tuinhuis of een kleine berging bestaat er zelfklevend bitumen dat je zonder vlam verwerkt: je trekt de folie eraf en drukt de baan aan, eventueel met een verfbrander om de naden na te warmen. Het materiaal is duurder per rol en gaat wat korter mee, maar je hebt geen brander, geen fles en geen brandrisico. Dat is voor eigen werk vrijwel altijd de verstandigste route. Laat je het uitvoeren, dan zit het branden gewoon in de prijs per vierkante meter en zie je het niet als aparte post. Wat je wel apart terugziet: het koud uitvoeren van de randen en de opstanden, en soms een toeslag voor het inzetten van een brandwacht bij panden met een verhoogd risico. Vraag daarnaar bij een rietgedekt buurpand of een houten gevel.
Veelgestelde vragen
Mag je zelf met een dakbrander werken?
Er is voor particulieren geen certificaat verplicht op je eigen bijgebouw, maar je verzekering kan er anders over denken. Ontstaat er brand door heet werk dat je zelf hebt uitgevoerd, dan kan een verzekeraar de uitkering beperken. Beroepsmatig ligt het strenger en gelden er wel eisen aan opleiding en werkwijze. Voor een klein dak is zelfklevend materiaal de veiligere en eenvoudigere keuze.
Hoeveel gas gebruikt een dakbrander?
Meer dan mensen verwachten. Een standaard propaanfles van elf kilo is bij doorwerken op een gemiddeld dagdeel op, en bij koud weer sneller omdat je meer warmte in het materiaal moet brengen. Neem daarom altijd een tweede fles mee, want halverwege een baan zonder gas komen te zitten betekent een koude naad die je moet openbranden en overdoen.
Kun je bitumen branden bij vorst?
Het kan, maar het gaat slecht. Bij lage temperaturen is de rol stug, laat hij zich moeilijk uitrollen en trekt de ondergrond de warmte direct weg, zodat je meer gas en meer tijd nodig hebt. Bovendien mag de ondergrond niet vochtig of bevroren zijn, want ingesloten vocht wordt bij de eerste warme dag een blaas. Bewaar de rollen bij vorst binnen tot het moment van verwerken.