Dakbeschot
Dakbeschot isoleren: methodes, Rd-waarden en wat het oplevert
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Dakbeschot isoleren kan van buitenaf met platen boven op het beschot of van binnenuit tussen en onder de sporen. Van buitenaf geeft een doorlopende laag zonder koudebruggen, maar dan moet het dak eraf. Van binnenuit is voordeliger en kan terwijl je in huis blijft wonen.
Van buitenaf isoleren als het dak toch open gaat
Gaan de pannen eraf, dan is isoleren over het beschot heen de opbouw die technisch het meeste oplevert. Op het bestaande beschot komt een dampremmende laag, daarop isolatieplaten of complete geïsoleerde dakelementen, en daarop weer folie, tengels, latten en de pannen. De isolatie loopt dan ononderbroken over de sporen heen, dus er is geen enkele plek waar de warmte via het hout naar buiten kan. Binnen blijft de kap zichtbaar, wat op een zolderkamer met balken in het zicht een groot voordeel is, en je verliest geen centimeter binnenruimte. Het dakvlak komt wel omhoog, en dat werkt door in de dakrand, de gootbeugels, de aansluiting bij de schoorsteen, de dakramen en de aansluiting op de buren bij een tussenwoning. Die aanpassingen horen als aparte regels in de begroting te staan.
Van binnenuit tussen en over de sporen
Blijft het dak dicht, dan werk je vanaf de zolder. De eenvoudigste variant is isolatie klemmend tussen de sporen, met daaronder een dampremmende folie en een afwerking van gipsplaat of schroten. Het nadeel is dat het hout van de sporen zelf veel minder isoleert dan het materiaal ertussen, waardoor er over elke spoorbreedte een koude lijn overblijft. Op die lijnen tekenen zich na verloop van tijd stofstrepen af op het plafond. De betere variant legt daarom een tweede laag dwars onder de sporen door, zodat het hout wordt afgedekt en de naden verspringen. Dat kost enkele centimeters aan hoogte en scheelt merkbaar in het resultaat. Belangrijk bij beide varianten: er moet boven het beschot lucht kunnen stromen, anders sluit je vocht op tussen de isolatie en de dakbedekking.
Welke isolatiewaarde je nodig hebt
De isolatiewaarde van een laag heet de Rd-waarde en die wordt uitgedrukt in vierkante meter kelvin per watt. Hoe hoger, hoe langzamer de warmte er doorheen gaat. Voor dakisolatie wordt in de praktijk een Rd van 3,5 aangehouden als ondergrens waarbij je van een serieuze verbetering kunt spreken, en subsidieregelingen hanteren die grens ook. Met PIR haal je dat met ongeveer acht centimeter, met glaswol of steenwol heb je zo'n veertien centimeter nodig en met houtvezel nog wat meer. Dikker mag altijd en levert door: van 3,5 naar 6 is een kleinere winst dan van 0 naar 3,5, maar het verschil in comfort op een warme zomerdag is bij zware materialen als houtvezel of steenwol goed merkbaar, omdat die de warmte langer vasthouden voordat hij binnenkomt.
Hoe isolatiewerk aan een schuin dak wordt gerekend
Isoleren gaat per vierkante meter dakvlak, en die eenheid dekt het materiaal en het aanbrengen. Bij werk van binnenuit is het merendeel arbeid en bij werk van buitenaf weegt het materiaal zwaarder mee. Daarnaast horen er posten in die losstaan van het oppervlak. Van buitenaf zijn dat het strippen en afvoeren, het aanpassen van de dakrand en de goot, het verlengen van doorvoeren, het opnieuw aansluiten van dakramen en de steiger. Van binnenuit zijn dat de dampremmende laag met tape, het regelwerk, de afwerking met gipsplaat en het stuc- en schilderwerk, plus het leegruimen van de zolder. Vraag bij een offerte van binnenuit expliciet of de afwerking is meegerekend, want dat is de post waarop begrotingen het meest van elkaar verschillen en waarover achteraf de meeste discussie ontstaat.
De dakvoet en de nok die niemand meeneemt
De fout die het resultaat het meest ondermijnt, zit op de twee uiteinden. Bij de dakvoet loopt de isolatie vaak dood tegen de muurplaat, precies op de plek waar de zolder op de bovenverdieping aansluit. Blijft daar een strook onbehandeld, dan heb je een doorlopende koudebrug over de volle breedte van het huis, en die koude lijn is in de winter voelbaar langs de vloerrand. Bij de nok speelt hetzelfde als de laag daar niet doorloopt of als de dampremmer eindigt zonder aansluiting. Het gevolg is niet alleen warmteverlies: op een koude lijn slaat vocht neer, en dat geeft na een paar winters een grijze streep op het plafond die met verf niet weggaat. Loop daarom voor de start met de uitvoerder langs de dakvoet, de nok, de balkkoppen en elk luik.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn dakbeschot zelf isoleren?
Van binnenuit is het voor een handige doehetzelver goed te doen: platen zagen, tussen de sporen klemmen, folie aanbrengen en aftimmeren. Het precisiewerk zit in de luchtdichtheid, dus neem de tijd voor de tape, de aansluitingen en de doorvoeren. Laat vooraf wel beoordelen of het beschot droog is en of het dak erboven ventileert, want die twee bepalen of je het veilig kunt dichtmaken.
Moet er een dampremmende folie in?
Bij isolatie aan de binnenzijde is dat noodzakelijk, omdat de warme vochtige binnenlucht anders het koude beschot bereikt en daar neerslaat. Bij isolatie van buitenaf komt de dampremmer op het bestaande beschot te liggen, dus onder de nieuwe laag. In beide gevallen geldt dat de folie aan de warme kant hoort en dat hij pas werkt als de naden en de randen echt dicht zijn.
Wordt mijn zolder minder warm in de zomer door isolatie?
Ja, al hangt het sterk af van het materiaal. Lichte materialen zoals PIR remmen de warmte wel maar slaan weinig op, waardoor de zolder alsnog opwarmt tijdens een lange hete dag. Zware materialen zoals houtvezel en steenwol hebben een grotere warmtecapaciteit en schuiven de piek naar de avond. Combineer isolatie met buitenzonwering op dakramen en met luchten in de nacht.