Dakbeschot
Dakbeschot isoleren binnenzijde: methodes, Rd-waarden en wat het oplevert
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Dakbeschot isoleren aan de binnenzijde werkt alleen als de lagen in de juiste volgorde zitten: aan de buitenkant dampopen, aan de binnenkant luchtdicht. Aan de warme zijde komt een dampremmende laag, daarachter de isolatie, en tussen isolatie en pannen blijft een spouw als er geen dampopen folie ligt. Anders krijg je condens in de constructie.
Waarom warme lucht vocht meeneemt naar het dak
Lucht kan vocht vasthouden, en hoe warmer de lucht, hoe meer. Binnenlucht van twintig graden met een normale luchtvochtigheid bevat rond de negen gram waterdamp per kubieke meter; buitenlucht van nul graden krijgt er nog geen vier in. Dat verschil zet druk op de constructie: het vocht wil van binnen naar buiten, dwars door alles heen. Onderweg koelt de lucht af, en op het punt waar hij het maximum bereikt slaat de damp neer als water. Dat punt heet het dauwpunt, en waar het ligt bepaalt of je een droge of een natte constructie krijgt. In een goed opgebouwd dak ligt het dauwpunt in de isolatie of daarbuiten, waar het vocht kan verdampen. Ligt het op het koude dakbeschot achter een isolatiepakket, dan condenseert het daar elke winterdag opnieuw.
De volgorde van de lagen van binnen naar buiten
Van de kamer naar buiten gerekend hoort het zo te gaan: eerst de afwerking, meestal gipsplaat op regelwerk, dan een installatiespouw waarin de elektra ligt, dan de dampremmende laag, dan de isolatie, dan het dakbeschot en de onderdakfolie, en tot slot een geventileerde spouw met daarboven de panlatten en de pannen. De vuistregel is dat elke laag naar buiten toe dampdoorlatender moet zijn dan de laag ervoor. Doe je dat andersom, dan komt het vocht wel de constructie in maar niet meer eruit. Dat is precies wat er gebeurt als iemand isolatie aanbrengt en er aan de buitenzijde nog oude bitumineuze dakleer op het beschot ligt. Die laag is dampdicht, en dan moet er tussen isolatie en beschot een luchtspouw van minstens twee centimeter blijven die bij de dakvoet en bij de nok open is.
Luchtdicht is iets anders dan dampdicht
Er zijn twee manieren waarop vocht een dak in komt en ze verschillen enorm in omvang. Diffusie is het langzame doorsijpelen van waterdamp door een materiaal heen; dat is een traag proces dat een dampremmende folie grotendeels tegenhoudt. Convectie is het meestromen van vochtige lucht door een kier, en dat gaat vele malen sneller. Een naad van een millimeter over een meter lengte laat in één winter meer vocht door dan een hele vierkante meter dampremmende folie via diffusie. Daarom is de tape op de naden, de aansluiting op de muurplaat en de afdichting rond elke doorvoer belangrijker dan de keuze van de folie zelf. Wie de folie netjes aanbrengt maar de randen laat zweven, heeft de duurste laag van het pakket gekocht en het effect ervan weggegeven.
Hoe dit werk wordt begroot en wat je zelf kunt
Bij een groot, open dakvlak gaat het per vierkante meter; bij een zolder met knieschotten, dakramen en hoeken begroten de meeste bedrijven de klus als geheel. Laat in beide gevallen apart benoemen: het aanbrengen van de dampremmende laag met de tape, het regelwerk voor de installatiespouw, de aftimmering rond dakramen en de afwerking. Zelf isoleren is haalbaar als je systematisch werkt en het geduld hebt om elke naad af te plakken. Waar het bij eigen werk misgaat is de tijdsdruk aan het eind van de dag, want de folie is de laatste laag voordat de gipsplaat erop gaat en de verleiding om die snel af te werken is groot. Laat de luchtdichtheid desnoods controleren met een rooktest of een blowerdoormeting voordat je alles dichtzet.
De spots en de doorvoeren die de folie doorboren
Het klassieke moment waarop een keurig geïsoleerd dak alsnog nat wordt, is een jaar later, als iemand inbouwspots in het schuine plafond zet. Elke spot is een gat van ruim zeven centimeter in de dampremmende laag, en er zitten er meestal zes tot tien in een zolderkamer. Warme lucht met vocht stroomt daar continu doorheen, komt terecht in de isolatie en slaat neer op het beschot. Het gevolg zie je twee winters later als een donkere kring op het plafond rondom precies die spots. Hetzelfde geldt voor de doorvoer van een antennekabel, een dakraamketting of een luchtkanaal. De oplossing zit in de installatiespouw: leg alle leidingen en spots aan de warme kant van de folie, in een regelwerk van vier of vijf centimeter, zodat de dampremmende laag ongeschonden blijft.
Veelgestelde vragen
Welke dampremmende folie moet je kiezen?
Voor de meeste zolders volstaat een folie met een vaste dampremmende waarde, uitgedrukt als een equivalente luchtlaagdikte van enkele meters. Bij een dak dat aan de buitenzijde dampdicht is, is een dampremmer met variabele weerstand verstandiger: die remt in de winter en laat in de zomer vocht terugdrogen naar binnen. Vraag de leverancier welke variant bij jouw dakopbouw hoort en vraag ook naar de bijbehorende tape.
Kun je isoleren als er geen folie onder de pannen ligt?
Ja, en dat is bij oudere daken de normale situatie. Je houdt dan tussen de isolatie en de onderkant van de pannen een luchtspouw van minstens twee centimeter, die onderaan bij de dakvoet en bovenaan bij de nok open is zodat er lucht doorheen trekt. Die spouw voert inwaaiend vocht en condens af. Zonder ventilatie op beide punten werkt hij niet en is hij zelfs schadelijk.
Hoe merk je dat er vocht in de dakconstructie zit?
Aan donkere kringen of strepen op het beschot, aan een muffe geur op zolder, aan witte zoutuitbloei op het hout en aan isolatie die zwaarder en klam aanvoelt dan bij plaatsing. Bij een verdenking snijd je een klein vierkantje uit de folie op een verborgen plek en voel je met de hand. Doe dat in februari, want dan is de vochtbelasting van het stookseizoen op zijn hoogst.