Zinkwerk
Schoorsteen lood aanbrengen: zo gaat het, stap voor stap
Bijgewerkt op · Redactie Dakdekkercentraal
Schoorsteen lood aanbrengen doe je in drie delen: een voorloket onderaan, getrapte zijloketten langs de flanken en een achterloket of kilstuk bovenaan. Je kast het lood in de voeg in en werkt van beneden naar boven, zodat elk stuk over het onderliggende valt. Elk blad blijft korter dan anderhalve meter.
Het voorwerk: voeg uitslijpen en pannen lichten
Begin met het vrijmaken van de pannen rondom de schoorsteen, minstens één rij aan elke kant. Leg ze in stapels van vijf op een plek waar ze niet kunnen schuiven. Daarna slijp of hak je een voeg uit in het metselwerk, ongeveer twee tot drie centimeter diep, over de hele omtrek. Die voeg loopt bij de zijkanten getrapt mee met de dakhelling, telkens een stap per pannenrij. Werk stofarm met een afzuiging, want oud voegwerk geeft veel fijn stof en bij een woning van voor 1994 wil je zeker weten dat er geen asbesthoudend materiaal in de constructie zit. Controleer meteen de staat van het metselwerk: zachte specie, uitgesleten voegen of losse stenen los je nu op, want zodra het lood ligt kom je er niet meer bij zonder alles weer open te breken.
Het voorloket aan de onderzijde
Het voorloket is het stuk dat aan de dalzijde van de schoorsteen over de pannen valt. Het gaat er als eerste in, want alles wat later komt moet eroverheen vallen. Zet een blad lood van voldoende breedte tegen de schoorsteen aan, kas de bovenrand in de uitgeslepen voeg en klop de rest met een loodhamer over het profiel van de pannen. Bij golvende pannen vraagt dat geduld: je werkt het lood in kleine slagen in de vorm, zonder het uit te rekken tot het dun wordt. De onderrand hoort minstens tien centimeter over de pannen te steken en niet in een dal te eindigen. Zorg dat het loket aan de zijkanten iets doorloopt, zodat de zijloketten er straks overheen kunnen vallen en er geen open hoek ontstaat.
De getrapte zijloketten
Langs de flanken werk je met losse stukken lood, één per pannenrij, in een trapvorm die de dakhelling volgt. Elk stuk heeft een verticale flap die in de voeg gaat en een horizontale flap die over de onderliggende pan valt. De stukken overlappen elkaar met ongeveer tien centimeter, waarbij het bovenste altijd over het onderliggende ligt. Zet ze niet aan elkaar vast, want dan kunnen ze niet meer afzonderlijk bewegen en scheuren ze op de vouw. Dat het in losse trappen gaat is precies de reden waarom deze methode al eeuwen werkt: het lood mag uitzetten en de overlap blijft dicht. Bij pannen met een diep profiel wordt onder het zijloket vaak nog een loodslab of een kunststof waterkering aangebracht, zodat water dat langs de zijkant loopt over de pannen naar de goot gaat.
Het achterloket en de waterkering erachter
De bovenzijde is de moeilijkste en de plek waar het bij slecht werk misgaat. Achter de schoorsteen komt al het water van het hogere dakvlak samen, en dat moet links en rechts om het metselwerk heen worden geleid. Bij een smalle schoorsteen volstaat een achterloket: een blad lood dat in de voeg is gekast en over de bovenliggende pannenrij valt, met de zijkanten omhoog gezet zodat er een bakje ontstaat. Bij een brede schoorsteen komt daar een echte achtergoot achter, met afschot naar beide kanten. De fout die je veel ziet is een strook lood die simpelweg op de pannen is gelegd en aan de bovenkant met kit tegen het metselwerk is geplakt. Dat houdt hooguit een paar jaar, en daarna loopt het water achter de schoorsteen de zolder in.
Wat het werk vraagt en wanneer je het uitbesteedt
Een dakdekker rekent een complete schoorsteenaansluiting per stuk, omdat het aantal handelingen bij elke schoorsteen ongeveer gelijk is. In die post horen het uitslijpen, het lood, het inkassen, het aanvoegen of afdichten en het terugleggen van de pannen. Los daarvan staan de toegang, het herstel van metselwerk en voegen en een eventuele nieuwe afdekplaat op de kop. Zelf doen kan alleen als je veilig en met beide handen vrij bij de schoorsteen kunt werken, dus op een laag dak of met een deugdelijke dakhaakvoorziening. De techniek is te leren, maar de volgorde is onvergeeflijk: één stuk dat verkeerd om ligt, en het water loopt onder het lood door in plaats van eroverheen. Oefen desnoods eerst op een restje lood om te voelen hoe het materiaal zich laat vormen.
Veelgestelde vragen
Waarmee zet je de bovenrand van het lood vast in de voeg?
Met loodproppen of loodhaken: kleine wiggen van lood die je in de voeg slaat en die het blad op zijn plek klemmen. Daarna vul je de voeg af met een minerale voegmortel of met een daarvoor bestemde afdichting. Gewone siliconenkit hoort er niet in; die laat na een winter los langs de randen en houdt vocht juist vast in het metselwerk.
Hoeveel lood heb je nodig rond een schoorsteen?
Dat hangt af van de omtrek en van het pannenprofiel. Een gemiddelde schoorsteen van een halve bij een hele meter vraagt bij elkaar enkele vierkante meters, verdeeld over voorloket, zijloketten en achterloket. Reken royaal, want lood dat te krap is uitgeknipt kun je niet oprekken zonder het dun en breekbaar te maken. Resten hebben schrootwaarde, dus overhouden is minder erg dan tekortkomen.
Kun je lood vervangen zonder de pannen eraf te halen?
Niet volledig. De loketten liggen onder de bovenliggende pannenrij, dus die rij moet er sowieso af om erbij te komen. Bij een reparatie van alleen het voorloket kun je soms met twee rijen toe. Wie het lood eroverheen legt zonder pannen te lichten, maakt precies de aansluiting die op overlap hoort te werken tot een aansluiting die op kit drijft.